Wapen Amersfoort

De van Ginkels uit Amersfoort.
Na de laatste
grote ijstijd zochten enorme massa's
smeltend ijs hun weg naar
het laagste punt.
Zij voerden puin, keien en vruchtbare grond met zich mee
en vormden de Gelderse Vallei met aan de ene zijde de Veluwe
en aan de andere de Utrechtse Heuvelrug en
kwamen uiteindelijk terecht in de Zuiderzee.
In de
loop de jaren viel er steeds meer land droog en in deze ‘ginckels’
vestigden zich mensen,die zelfstandig wilden werken en wonen.
Toen
m.n. op en rond de Voorde in de Amer (nu: de Eem) een levendige handelsplaats
ontstond besloot de bisschop van Utrecht zijn troepen daar permanent te vestigen
om te voorkomen dat de ‘Heren van Gelre’ hun grenzen zouden verleggen.
Amersfoort is dus vanaf zijn ontstaan tot in de twintigste eeuw een belangrijke
garnizoensstad geweest. En de eerste ‘Heren van Amersfoort’ waren leenmannen
van de bisschop. De bisschop van Utrecht is
in die tijd ook een wereldlijk vorst
met het gezag over ’t
Sticht, Oversticht, Drenthe en Groningen. Hij had dus een kundig en groot leger
en veel trouwe leenheren nodig. Zeker in dit onduidelijke grensgebied.
Gunstig gelegen aan de Eem,
vlakbij de Zuiderzee, een grens- en garnizoensstad, veel kloosters en de scholen
en landerijen, die bij die kloosters hoorden en met veel bronnen met schoon
water, groeit Amersfoort al snel uit tot een van de meest welvarende plaatsen in
deze streek.
In 1259 krijgt het stadsrechten.
Begin 1600 kwam de tabaksbouw in Amersfoort. Tabak was moeilijk te verbouwen en het bleek dat de grond in en om Amersfoort en er omheen daarvoor heel geschikt was. Mensen hoefden geen gildelid en burger van Amersfoort te zijn om een agrarisch bedrijf te mogen openen. Bovendien was het bekend, dat in Amersfoort een stad was waar alle godsdiensten werden getolereerd ( in geschiedenis boeken wordt makkelijk vergeten dat daar wel tegenover stond dat je dan wel rijk moest zijn en een goed zakenman) en veel joden kochten tabaksplantages. Maar ook (katholieke) boeren uit de omstreken konden hierdoor naar de stad komen.
Tabaksschuur in Amersfoort

Zo ook Jan, de zoon van een welgestelde boer uit de ginckel.
Tussen 1640 en 1650 neemt hij zijn erfdeel en besluit naar de stad te trekken om
daar land te kopen en tabak te gaan telen.
De tabaksteelt is in volle bloei en het gaat hem goed. Hij wordt een
vooraanstaand burger van Amersfoort, trouwt en krijgt meerdere kinderen
waaronder een zoon Anthonij Jansz. en een dochter Jannetje. Zijn zoon werkt mee
in het bedrijf en neemt het na de dood van zijn vader over. Inmiddels is de naam
'van Ginckel' zijn officiële achternaam geworden.

Tabaksschuur
op de Utrechtse Heuvelrug
Anthonij
Jansz van Ginckel huwde met Aaltje Evers
Zij
kregen vijf kinderen:
1
Jan van Ginckel,
geboren in Amersfoort
Volgt
1.1.
2
Evert van Ginckel, geboren in Amersfoort
Volgt
1.2.
3
Margaretha van Ginckel, geboren in Amersfoort
Volgt
1.3.
4
Evertje van Ginckel, geboren in Amersfoort
Volgt
1.4.
5
Cornelia van Ginckel, geboren in Amersfoort
Volgt
1.5.
Adam
kwam uit een klein gehucht – Schmalzgrub -
hoog in bergen – in buurt van Waldmünchen – de Oostgrens van
Duitsland.
Waldmünchen
Hij
was de oudste zoon in een katholiek geslacht van glasmeesters, zowel zijn
grootvader als vader en de zuster van zijn vader waren bekende glasmeesters.
Zowel zijn vader als zijn tante stierven toen hij 10 jaar oud was en binnen 3
maanden hertrouwde zijn moeder met een rijke boer en neemt haar kinderen mee.
In dat gebied waren in die tijd vele (godsdienst)oorlogen en bovendien erfde
Adam geen bezit. Als hij zijn erfdeel krijgt gaat hij, met een vriend, zijn
geluk elders zoeken. Het is niet vreemd dat deze jonge mannen in het rijke en
tolerante Amersfoort blijven hangen.
trouwakte
1708
Cornelia
van Ginckel en Adam Reichenberger trouwen op vrijdag 13 juni 1708 voor het
gerecht. De eerste jaren blijven ze in Amersfoort en krijgen er twee zoons,
Antony en Michaël, die beiden in ‘de Elleboogkerk’ worden gedoopt.

De
Elleboogkerk was in die tijd een gebouw aan de Kromme Elleboogsteeg waar in het
stoepje voor de deur een vis was gemetseld, zodat ‘iedereen’ wist dat dit
een schuilkerk voor katholieken was. Toen de katholieken weer kerken mochten
hebben heeft Waterstaat aan de overkant van de steeg een kerk gebouwd. In 1998
werd dit het Armandomuseum. In oktober 2007 brandde deze kerk geheel af.

Maar
blijkbaar zit het pioniersbloed er nog in en ze trekken naar Noord-Holland waar
de inpolderingen begonnen zijn. Ze blijven een aantal jaren in Weesp. Daar wordt
in 1712 Petrus geboren, die al jong overlijdt. Daarna komen Maria - 1714,
Gertrudis - 1716, Petrus, die Pieter wordt genoemd - 1719, Aaltje - 1721,
Bernardus - 1723 en Sijmetje
in 1726.
In 1728 sterft de vader van Cornelia en laat zijn vijf
kinderen, veel land, goederen en geld na.
Het land en de goederen worden verkocht en alle zonen en schoonzonen kregen hun
deel.
De Purmer was net droog en Adam, wiens naam in de loop der jaren Rijkenberg was
geworden, kocht er land. Hun elfde kind Margaretha wordt op 17- 01 - 1730 in
Purmerend geboren.
de
Purmer Purmerend

In mei 1746 overlijdt Adam
Rijkenberg in Purmerend en in februari 1758 overlijdt Cornelia van Ginckel zijn
weduwe. Ze zijn beiden in Purmerend begraven.
Het geslacht Rijkenberg is inmiddels een groot en bekend geslacht en velen ervan wonen nog altijd in Noord-Holland.
Dit is een bijdrage van Nette Sjamaar.
Ga naar haar website:
http://www.famili http://www.familiekronieken.eu/familiekronieken/pagina's
20-02-2008